Recidivemonitor - Privacy

Om te voorkomen dat de informatie in de tabellen in REPRIS zo specifiek is dat ze herkenbaar wordt tot individuele personen, is een aantal 'drempelwaarden' ingebouwd.

Hoe zit het met de privacy?

De uitkomsten van de WODC-Recidivemonitor zijn te vinden in onze publicaties. De vaste statistieken die standaard worden berekend worden opgeslagen in REPRIS, een webaplicatie. Zij bestaan uit percentages en gemiddelde frequenties en hebben betrekking op groepen personen. Het gaat bijvoorbeeld om personen die een detentie achter de rug hebben of om jeugdigen die in contact zijn gekomen met Justitie. Vaak is er sprake van een combinatie van kenmerken, bijvoorbeeld minderjarigen die zijn vervolgd voor een zedendelict. Om te voorkomen dat de informatie in de tabellen zo specifiek is, dat ze herleidbaar wordt tot individuele personen, worden in REPRIS drempelwaarden gehanteerd.

Maatregelen ter bescherming van de privacy

De drempelwaarden in REPRIS zijn een uitwerking van het WODC-beleid inzake de publicatie van onderzoeksresultaten. Met deze criteria voldoen we bovendien aan de richtlijnen die het CBS met betrekking tot statistische beveiliging hanteert. Zij voorkomen dat de informatie over de recidive herleidbaar is tot individuele personen en dat hun privacy wordt geschaad. Gelet op de grote onderzoeksaantallen doet zich het gevaar van herleidbaarheid niet onmiddellijk voor. Soms zijn de groepen echter kleiner, vooral als het materiaal wordt uitgesplitst. Daarom zijn vier drempelwaarden ingebouwd.

Observatietermijn

De observatietermijn is het aantal jaren dat de personen in de onderzoeksgroepen worden gevolgd. In REPRIS zijn alleen cijfers opgenomen tot 10 jaar na de uitgangszaak of het vertrek uit de justitiële inrichting. Statistieken over een langere termijn moeten worden aangevraagd bij het WODC.

Aantal personen at risk

Het aantal personen ‘at risk’ is het aantal personen dat beschikbaar is om de toename van het recidivepercentage in de tijd te kunnen berekenen. Als er na verloop van tijd nog slechts weinig personen over zijn, dan kan een sprong in het recidivepercentage onthullend werken. In REPRIS geldt een minimum aantal observaties van 15. Dit minimum wordt gehanteerd ook omdat bij kleinere groepen de schatting van de toename van het recidivepercentage instabiel wordt.

Recidivepercentage

Een recidivepercentage van 100 procent zegt iets met zekerheid over elk individu in de onderzoeksgroep. Deze onthulling moet worden voorkomen. Aan de andere kant is een hoog recidivepercentage juist informatief. In REPRIS geldt een maximum van 90 procent. Zo kan op grond van de onderzoeksresultaten niet worden afgeleid dat een bepaald individu heeft gerecidiveerd (i.c. een nieuw justitiecontact heeft), terwijl voldoende duidelijk is dat de kans op recidive in de desbetreffende groep zeer groot is.