Videoconferentie in internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

Videoconferentie in internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking

Samenvatting

Internationale en Europese regelgeving kennen de mogelijkheid van het gebruik van videoconferentie om getuigen, deskundigen en verdachten te horen ten behoeve van strafrechtelijke doeleinden. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de Wet herziening regeling internationale samenwerking in strafzaken (Stb. 2017, 246) is de verwachting uitgesproken dat het gebruik van videoconferentie algemener zal worden en dat de toepassing ervan ook zal worden uitgebreid tot het verhoor van verdachten (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2015-2016, 34493, nr. 3).
Er bestaat echter onduidelijkheid over de reikwijdte van deze mogelijkheden. Is het gebruik beperkt tot de fase van opsporing en vervolging, of kan videoconferentie ook worden gebruikt bij de berechting? Voorts is niet altijd duidelijk waarom gekozen is voor bepaalde waarborgen en voorwaarden. Een belangrijke vraag in dit verband is of de instemming van de verdachte met het gebruik van videoconferentie een wezenlijke waarborg is. Dit onderzoek moet meer helderheid bieden over het gebruik van videoconferentie in de internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking.

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Videoconferentie in internationale en Europese strafrechtelijke samenwerking
Organisatie(s):
WODC, Regioplan Beleidsonderzoek
Projectnummer:
3021
Operationele status:
Lopend