De valbijl in het wetgevingsproces

Wetgeving en beleid / Wetgevingstechniek

De valbijl in het wetgevingsproces

Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van het discontinuïteitsprincipe in de landen van de Europese Unie

Samenvatting

Vooral sinds de jaren tachtig is er veel belangstelling voor problemen van wetgeving. De aandacht is daarbij zowel gericht op de kwaliteit van wetgeving als op mogelijke feilen in het wetgevingsproces. In verband met dit laatste gaf het kabinet in 1993 in zijn nota 'Voortvarend wetgeven' aan, de lange duur van de wetsprocedure als een probleem te zien. Als een van de mogelijke oplossingen werd gewezen op het introduceren van de 'valbijlprocedure', een procedure waarbij niet afgehandelde wetgeving na afloop van een bepaalde parlementaire periode komt te vervallen. De volgende probleemstelling werd bij het onderzoek als uitgangspunt genomen: Welke ervaringen zijn in de landen van de Europese Unie opgedaan met (varianten van) een valbijlprocedure, met name in landen waarin de onderlinge verhouding tussen regering en parlement vergelijkbaar is met Nederland?

Inhoudsopgave

Woord vooraf

Deel I Algemeen

  1. Inleiding
  2. Begripsbepaling
  3. Het discontinuïteitsprincipe en de wetsprocedure
  4. De effecten van het dicontinuïteitsprincipe

Deel II Landenrapportage
Deel III Verdiepte landenrapportage

Publicatiegegevens

Auteur(s):
Schagen, J.A. van, Besselink, L.F.M., Kummeling, H.R.B.M.
Organisatie(s):
Rijksuniversiteit Utrecht - Instituut voor Staats- en Bestuursrecht, WODC
Plaats uitgave:
Den Haag
Uitgever:
Ministerie van Justitie
Jaar van uitgave:
1996
Type rapport:
Eindrapport
Signatuur:
Ra 11.127

Bestelinformatie

Adres:
Niet meer te bestellen. (out of print)

Onderzoekgegevens

Werktitel:
De valbijl in het wetgevingsproces
Projectnummer:
EWB/514424
Operationele status:
Alleen publicatie