Wet Koop onroerende zaken

Wet Koop onroerende zaken

de evaluatie

Samenvatting

Dit onderzoek betreft de evaluatie van de Wet koop onroerende zaken. De kernvraag luidt:
In hoeverre voldoet de werking van de Wet koop onroerende zaken in de praktijk aan de doelstelling van de wet, in het bijzonder gelet op de in literatuur, rechtspraak en praktijk gesignaleerde knelpunten en welke aanpassingen zijn eventueel wenselijk?
Aan de orde komen onder meer het schrijftelijkheidsvereiste, de bedenktijd, de 5% regeling, de positie van de notaris, en vastgoedfraude.

Inhoudsopgave

Lijst van afkortingen

  1. Inleiding, vraagstelling en onderzoeksaanpak
  2. Het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW
  3. De bedenktijd
  4. De Vormerkung van artikel 7:3 BW
  5. De 5% regeling
  6. De positie van de notaris
  7. Vastgoedfraude
  8. Het empirisch onderzoek
  9. Slotbeschouwing
Samenvatting
Summary
Literatuurlijst
Bijlagen

Publicatiegegevens

Auteur(s):
Keirse, A.L.M., Oostrom, N.C. van, Schaub, M.Y., Barendse, C.M.J., Steegmans, A.M.
Organisatie(s):
WODC, Molengraaff instituut voor privaatrecht
Plaats uitgave:
Utrecht
Uitgever:
Universiteit Utrecht, Molengraaff Instituut voor Privaatrecht
Jaar van uitgave:
2009
Type rapport:
Eindrapport

Bestelinformatie

Adres:
Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht
Telefoon:
030 2537153
Fax:
030-2537203
E-mailadres:
privaatrecht.secretariaat@uu.nl
Website:
www.law.uu.nl/priv

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Wet koop onroerende zaken; wet van 5 juni 2003, houdende aanvulling van titel 7.1 en invoering van titel 7.12
Projectnummer:
1665
Operationele status:
Afgerond