Plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders leidt tot minder recidivisten

Plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders leidt tot minder recidivisten

Uit nieuw onderzoek van het WODC naar de effectiviteit van de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, kortweg de ISD-maatregel, blijkt opnieuw dat het aantal recidivisten vermindert door oplegging van ISD-maatregel in plaats van een standaardsanctie. ISD zorgt er niet voor dat veelplegers minder vaak recidiveren.

Sinds oktober 2004 kan in Nederland aan veelplegers een ISD-maatregel worden opgelegd. Deze maatregel is bedoeld voor zeer actieve volwassen veelplegers van veelal lichtere misdrijven, bij wie het opleggen van standaardstraffen zoals de korte vrijheidsstraf geen zin blijken te hebben. Uit eerder effectonderzoek van het WODC bleek al dat de ISD effectief was in het terugdringen van het aantal recidivisten na afronding van de ISD. In 2009 is er een aantal verbetermaatregelen geïmplementeerd in de ISD-praktijk. De verwachting was dat de ISD hierdoor effectiever zou worden. Dit onderzoek wijst echter in de tegengestelde richting. Ook na invoering van de veranderingen blijkt de ISD-maatregel effectief in het terugbrengen van recidive, maar dit effect is wel minder geworden.

Gemiddeld worden vier strafzaken per ISD-verblijf voorkomen, dit is na de invoering van de verbetermaatregelen niet veranderd. Ook hebben ISD’ers na uitstroom vaker werk dan vergelijkbare veelplegers, die een standaardstraf hebben gehad. Het onderzoek laat zien dat de ISD-maatregel effectiever is als de veelplegers meer eerdere strafzaken hadden, bij hun eerste delict minder jong waren en bij instroom geen werk hadden. Opmerkelijk is dat ISD’ers minder recidiveren als zij tijdens de maatregel forensische zorg kregen.

Lees meer in Effectiviteit van de ISD-maatregel