Schade na strafbaar feit wordt lang niet altijd verhaald op de dader

Schade na strafbaar feit wordt lang niet altijd verhaald op de dader

Slachtoffers die schade lijden als gevolg van strafbare feiten, kunnen een beroep doen op verschillende bronnen van financiële compensatie. Onderzoekers van Erasmus School of Law verkenden in opdracht van het WODC welke compensatiebronnen deze slachtoffers kunnen aanboren, in hoeverre slachtoffercompensatie en daderverhaal via die bronnen daadwerkelijk plaatsvinden, en in hoeverre hiermee publieke kosten zijn gemoeid. Het blijkt niet mogelijk om op alle bronnen goed cijfermatig zicht te krijgen. Wel wordt duidelijk dat verhaal op de dader niet vaak voorkomt.

Slachtoffers kunnen voor compensatie beroep doen op vier bronnen: private verzekeringen (zorgverzekering, inboedelverzekering, opstalverzekering), regelingen van sociale zekerheid (zorg- en inkomensvoorzieningen), het Schadefonds Geweldsmisdrijven en schadeverhaal op de dader (aansprakelijkheidsrecht).

Lees het volledige rapport: Compensatie en verhaal van schade door strafbare feiten

Private verzekering en sociale zekerheid

Naar schatting wordt een groot deel van de schade vanwege strafbare feiten gecompenseerd door private en sociale verzekeraars. In vrijwel alle gevallen waarin een delict heeft geleid tot letsel zal een beroep worden gedaan op de zorgverzekering. Bij letsel dat het arbeidsvermogen raakt, worden dikwijls ook regelingen van sociale zekerheid (loondoorbetaling door de werkgever, inkomensvervangende uitkering, etc.) en particuliere inkomensverzekeringen aangesproken. Ook kan een beroep worden gedaan op de opstal- en inboedelverzekeringen (bij brand of inbraak) of. cascoverzekering (autodiefstal). Private of publieke verzekeraars verhalen deze schade nauwelijks op de dader

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven biedt tegemoetkomingen aan slachtoffers met ernstig letsel door een geweldsmisdrijf en hun naasten, en aan nabestaanden van slachtoffers van een geweldsmisdrijf of dood door schulddelict. Die tegemoetkomingen worden bekostigd uit de publieke middelen. In 2017 keerde het Schadefonds €20,5 miljoen uit en werd €686.979 ontvangen van het Centraal Justitieel Incassobureau (indirect verhaal op daders). De uitvoeringskosten bedroegen €6.671.813. Deze volumes hebben geheel betrekking op schade door strafbare feiten.

Verhaal op de dader

In hoeverre slachtoffers hun schade op de dader verhalen is niet geheel in kaart te brengen. Hiervoor moet deze in beeld zijn, wat naar schatting bij 67 tot 75 procent van de delicten niet het geval is. Voor zover de dader in beeld is, wordt de ‘klassieke’ verhaalsroute van het civiele proces amper benut. Bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel in een strafproces neemt het CJIB de inning op zich. De schadevergoeding wordt voorgeschoten voor zover de dader deze niet (tijdig) betaalt (bij zeden- en geweldsmisdrijven geheel, bij overige strafbare feiten tot €5.000). De overheid keerde in 2017 in verband met de voorschotregeling voor zeden- en geweldsmisdrijven €7.421.512 uit en voor andere strafbare feiten €4.090.034. Voor zeden- en geweldsmisdrijven geldt dat in 2017 2.795 schadevergoedingsmaatregelen geheel en 93 deels werden geïnd – wat in totaal €2.955.948 opbracht – voordat het tot een uitkering op grond van de voorschotregeling kwam. Het risico dat de staat het voorgeschoten bedrag niet terug krijgt is groot: hoe groter het voorgeschoten bedrag, des te groter het percentage dat ongeïnd blijft.