DNA-verwantschapsonderzoek levert belangrijke bijdrage aan opsporing en vervolging ernstige strafbare feiten

DNA-verwantschapsonderzoek levert belangrijke bijdrage aan opsporing en vervolging ernstige strafbare feiten

DNA-verwantschapsonderzoek levert een belangrijke bijdrage aan de opsporing en vervolging van ernstige strafbare feiten met een strafbedreiging van 8 jaar of meer zoals levensdelicten en ernstige zedenzaken. Dit concludeert onderzoeksbureau Pro Facto dat in opdracht van het WODC, samen met de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoek deed naar de Regeling DNA-verwantschapsonderzoek.

De Regeling DNA-verwantschapsonderzoek trad in 2012 in werking en maakt het mogelijk om in een opsporingsonderzoek via een verwantschapsrelatie (familielid) de identiteit van de verdachte van een strafbaar feit te achterhalen.

Inzet

In absolute aantallen is de inzet van het DNA-verwantschapsonderzoek als opsporingsmiddel beperkt. Tussen 2012 en 2018 zijn er naar schatting ongeveer 160 onderzoeken gedaan waarin actief werd gezocht naar verwantschap. In een gedeelte van de onderzoeken is daarbij gebruik gemaakt van de DNA-databank. Ongeveer 20 procent van de onderzoeken waarin met behulp van de DNA-databank naar een mogelijke verwant is gezocht, leverde een (mogelijke) verwant op terwijl blijkens de wetsgeschiedenis uitgegaan was van een veel lager percentage (5 procent).
DNA verwantschapsonderzoek via de DNA databank heeft er in enkele cold cases toe geleid dat de dader is opgespoord. Grootschalig DNA-onderzoek heeft in de zaken van Vaatstra, Van Doorn en Verstappen bijgedragen aan het vinden van de (vermoedelijke) dader.
Het onderhavige onderzoek laat desondanks zien dat kennis over de mogelijkheden van DNA-verwantschapsonderzoek binnen politie en justitie nog beperkt is waardoor mogelijk kansen in de opsporing gemist worden.

Aanbevelingen

Het in een eerder stadium van de opsporing toepassen van DNA-verwantschapsonderzoek via de DNA-databank kan in sommige zaken bijdragen aan een voortvarender oplossing. Hierdoor wordt mogelijk de onnodige inzet van opsporingsmethoden waarbij (ook) een forse inbreuk wordt gemaakt op het recht op privéleven, zoals bij telefoontaps, voorkomen. Het is daarom wenselijk dat de OM Instructie DNA-verwantschapsonderzoek op dit punt wordt aangepast. Daarnaast vinden de onderzoekers dat de wettelijke eis dat een DNA-verwantschapsonderzoek pas mag worden ingezet bij misdrijven waar een gevangenisstraf van acht jaar of meer op staat, te streng is. Dat geldt in ieder geval voor DNA-verwantschapsonderzoek naar delictgerelateerde verwantschap en gericht verwantschapsonderzoek.

Lees het volledige rapport: Evaluatie regeling DNA-verwantschapsonderzoek.