Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland: Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland: Een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor

De resultaten van dit onderzoek geven aanleiding om daadwerkelijk een jeugdstrafrecht monitor te ontwikkelen. Deze monitor dient dan wel voorzien te worden van zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen. In opdracht van het WODC heeft de Universiteit Leiden, de Universiteit van Curaçao en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dit onderzoek uitgevoerd.

De monitor dient aan te sluiten bij reeds bestaande initiatieven, zoals de Jeugdmonitor Caribisch Nederland (CN) en duidelijkheid te verschaffen over de regievoering. Voor zover een zekere terughoudendheid bestaat vanwege de vraag of het jeugdstrafrechtssysteem wel klaar is om in de praktijk uitvoering te geven aan de nieuwe wet- en regelgeving, lijkt op grond van dit onderzoek terughoudendheid niet noodzakelijk te zijn. Aan de hand van een 0-meting van de instroom en de wijze van afdoening van jeugdstrafzaken in 2018 kan in kaart worden gebracht wat de gevolgen kunnen zijn van de invoering van het jeugdstrafrechten de haalbaarheid van een jeugdstrafrechtmonitor met speciale aandacht voor de kwaliteit (betrouwbaarheid en validiteit) van de registraties.

In tegenstelling tot Europees-Nederland is er momenteel geen apart jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland. De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2020 een apart jeugdstrafrecht in te voeren in Bonaire, St. Eustatius en Saba (Caribisch Nederland). De introductie van het jeugdstrafrecht heeft tot gevolg dat er jeugddetentie wordt ingevoerd en geeft bovendien een wettelijke grondslag aan de reeds bestaande buitengerechtelijke afdoening.

Hoewel de juridische analyse laat zien dat er een aantal opmerkelijke verschillen bestaan tussen de wettelijke regelingen van Caribisch Nederland en Europees Nederland, bestaat in de kern straks overal een apart jeugdstrafrecht, met regelingen voor buitengerechtelijke afdoening en specifieke jeugdsancties en met een duidelijke pedagogische oriëntatie. Dat sluit goed aan bij de eisen die aan het strafrecht worden gesteld op grond van internationale kinderrechten en daarmee komt Nederland – en dus Caribisch Nederland - tegemoet aan aanbevelingen van het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties, UNICEF en de Kinderombudsman. De bevindingen in dit onderzoek laten bovendien zien dat de aanstaande wetgeving van harte wordt verwelkomd door de verschillende relevante actoren in het praktijkveld van Caribisch Nederland. Caribisch Nederland kijkt ernaar uit om binnen de nieuwe wettelijke kaders aan de slag te gaan of om de bestaande werkwijze geformaliseerd te zien in wetgeving.

Het is volgens de onderzoekers wel van belang om rekening te (blijven) houden met aspecten zoals de kleinschaligheid van de eilanden en de daarmee samenhangende uitvoerings- en privacyvraagstukken en het belang van kinderrechtelijke uitgangspunten waaronder terughoudendheid bij de inzet van het jeugdstrafrecht, de pedagogische oriëntatie, het gebruik van buitengerechtelijke afdoening, een eerlijk proces, participatie van jeugdigen, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het zoveel mogelijk voorkomen van vrijheidsbeneming van kinderen.

Lees het volledige rapport: Invoering jeugdstrafrecht in Caribisch Nederland: een verkenning naar een jeugdstrafrechtmonitor.