Inzicht in aard en omvang van pluralisering van politietaken

Inzicht in aard en omvang van pluralisering van politietaken

Steeds meer (semi)publieke en private diensten op terrein van opsporing en openbare orde voeren naast de nationale politie (handhaving, opsporing, noodhulp, signalering, advisering) uit. Dit wordt pluralisering van de politiefunctie genoemd. Uit onderzoek blijkt dat pluralisering van de politietaak een proces is dat zich niet eenvoudig laat managen. De toename van pluralisering vergt adequate informatiedeling. Het onderzoek ‘Ik zal handhaven. Verkenning pluralisering van de politiefunctie (Plural policing)’ is, in opdracht van het WODC, door Plato en ISGA (Institute of Security and Global Affairs) van de Universiteit Leiden uitgevoerd.

Pluralisering van de politietaak is een proces dat zich niet eenvoudig laat managen. De groeiende complexiteit van problemen, de steeds hogere verwachtingen van burgers, de internationalisering en digitalisering van het bestaan en de steeds verdergaande verwachtingen ten aanzien van verantwoording van het handelen in het veiligheidsdomein rekken de politiefunctie steeds verder op. Er is daarom behoefte aan een richtinggevend kader voor pluralisering. Een kader kan voorkomen dat de veiligheidssector gefragmenteerd raakt. Een kader kan ook richting geven aan de ontwikkeling van professionaliteit en kwaliteit binnen sub-sectoren binnen het gehele veiligheidsdomein. Kaders ontbreken nog te zeer, of bieden nog onvoldoende houvast. Daardoor lijken verschillen tussen lokale overheden te ontstaan op het lokale veiligheidsdomein, hetgeen tot een bepaalde mate van rechtsongelijkheid zou kunnen leiden, of hier en daar al leidt, bijvoorbeeld als het gaat om de uitrusting van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) met geweldsmiddelen.

Uit het onderzoek blijkt dat de toenemende pluralisering informatiedeling vereist, om gezamenlijk een goed beeld te kunnen opbouwen van veiligheidssituaties en daarop adequaat te kunnen toezien, of daarin te kunnen interveniëren. Ook blijkt uit het onderzoek dat de pluralisering, zoals deze plaatsvindt tegen grenzen aanloopt. Burgers krijgen in de openbare ruimte te maken met verschillende functionarissen die de tezamen de politiefunctie uitoefenen. Dat kan leiden tot verwarring bij burgers over wat ze kunnen en mogen verwachten van agenten, boa’s of andere (private) actoren. Dit vraagt om transparantie en management van verwachtingen. Hoewel het vertrouwen in de Nederlandse politie volgens onderzoek onverminderd groot is, bestaan er bij verschillende actoren, en met name bij de politie, zorgen over de vraag of de politie door een andere prioriteitsstelling niet te ver van burgers komt te staan.

De pluralisering werpt ook zijn vruchten af. Er zijn meer mensen actief in het veiligheidsdomein, met een grotere variëteit van achtergronden en die op verschillende intensieve of minder intensieve wijzen in contact staan met burgers. Op de grensvlakken tussen de verschillende partners in een samenwerking, krijgen actoren ieder voor zich zicht op aspecten van het werk van andere actoren. Dit bevordert professionaliteit. Uit het onderzoek blijkt ook dat er op onderdelen een zekere samenwerkingsmoeheid is. Een bezinning op vruchtbare vormen van interprofessioneel leren van betrokkenen is daarom van belang.

Lees meer in Ik zal handhaven: Verkenning pluralisering van de politiefunctie (Plural policing)