Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank

Staats- en bestuursrecht / Territorialiteitsbeginsel

Strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank

Een rechtsvergelijkend onderzoek over de ervaringen met Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering

Samenvatting

Het Wetboek van Strafvordering (Sv) bevat in Titel VIA van het vierde boek (de art. 539a-539w Sv) bepalingen met betrekking tot de opsporing van en het onderzoek naar strafbare feiten buiten het rechtsgebied van een rechtbank. De titel schept een basis in het Nederlandse recht voor de uitoefening van bepaalde strafvorderlijke bevoegdheden op het grondgebied van vreemde staten, de (Nederlandse) territoriale en volle zee, de lucht daarboven en de (kosmische) ruimte. Niet alleen biedt de titel een algemene grondslag voor strafrechtelijk onderzoek en opsporing door Nederlandse autoriteiten in het buitenland, ook bevat de titel een aantal bijzondere regels voor dergelijk optreden waarbij juist wordt afgeweken van de overige regels binnen het Wetboek van Strafvordering. Nederlandse opsporingsambtenaren zullen immers doorgaans niet ter plaatse zijn op het moment dat zich op afgelegen locaties, zoals op zee of in de lucht, een strafbaar feit voltrekt. Ook kan een verdachte niet zomaar voor een rechterlijke autoriteit worden geleid wanneer hij zich op een schip midden op de oceaan bevindt.

De doelstelling van het onderzoek omvat vier onderdelen: (1) het beschrijven van de inhoud en context van de bepalingen inzake strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank, (2) inzichtelijk maken van de toepassing van en ervaringen met deze bepalingen in de praktijk, (3) nagaan hoe strafvorderlijke bepalingen met een vergelijkbare doelstelling zijn vormgegeven in de buurlanden en (4) nagaan – op grond van de punten 2 en 3 – of het strekt tot aanbeveling om de art. 539a e.v. Sv aan te passen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. De doelstellingen 1-3 worden beschouwd als de eerste fase van het onderzoek en doelstelling 4 als de tweede fase. Deze doelstellingen monden uit in de volgende onderzoeksvragen:

  1. Wat kan (op hoofdlijnen) worden gezegd over de achtergrond en ontwikkeling van de bepalingen met betrekking tot strafvordering buiten het rechtsgebied van een rechtbank?
  2. Hoe vaak werden in de periode 2010-2018 in concrete gevallen de art. 539a e.v. Sv in strafprocedures toegepast en in welke context?
  3. Welke ervaringen hebben betrokken partijen met de toepassing van de art. 539a e.v. Sv?
  4. Welke wettelijke mogelijkheden met vergelijkbare strekking als art. 539a e.v. Sv bestaan er in het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Frankrijk en welke verschillen en overeenkomsten zijn er met de Nederlandse wetgeving?

Inhoudsopgave

Voorwoord
Lijst van gebruikte afkortingen

  1. Inleiding: onderzoeksvragen en methodologie
  2. De achtergrond van Titel VIA van Boek 4 van het Wetboek van Strafvordering
  3. De toepassing van Titel VIA
  4. Rechtsvergelijkend onderzoek
  5. Beschouwing
  6. Conclusies en aandachtspunten
  7. Samenvatting
  8. Summary
  9. Bibliografie
  10. Bijlagen

Publicatiegegevens

Auteur(s):
Noorloos, L.A. van, Hamers, L.E.M., Ham, J. van der, Kooijmans, T., Spapens, A.C.M., Ceulen, R.
Organisatie(s):
Universteit van Tilburg - Departement Strafrecht, WODC
Plaats uitgave:
Tilburg
Uitgever:
Universiteit van Tilburg
Jaar van uitgave:
2019
Type rapport:
Eindrapport

Bestelinformatie

Adres:
Tilburg University - Law School
Website:
https://www.tilburguniversity.edu/nl/over/schools/law/

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Extraterritoriale opsporing en vervolging
Projectnummer:
2948
Operationele status:
Afgerond