Positie minderjarige civielrecht

Strafrecht en strafproces / Kinderrechten

Positie minderjarige civielrecht

Samenvatting

Het onderzoek betreft de procespositie van de minderjarige in het Nederlandse civiele procesrecht. In Nederland is bepaald dat de ouders met gezag de minderjarige vertegenwoordigen in burgerlijke handelingen (art. 1:245, lid 4 BW). Er is een aantal uitzonderingen waarbij de minderjarige wel een formele procesingang heeft. Daarbij is een wettelijk vertegenwoordiger vereist. In civiele procedures heeft de minderjarige van twaalf jaar en ouder een hoorrecht.
Met ingang van juni 2016 heeft de rechtbank Amsterdam besloten om kinderen standaard vanaf acht jaar in uithuisplaatsingszaken, omgangszaken, verhuiszaken en hoofdverblijfplaatszaken uit te nodigen om hun mening aan de rechter kenbaar te maken. De rechtbank Amsterdam wilde hiermee aansluiten op het VN-Kinderrechtenverdrag. De rechtbank Den Haag hoort kinderen in internationale kinderontvoeringszaken vanaf zes jaar.
Dit onderzoek gaat in op de vraag of het mogelijk c.q. wenselijk is volgens betrokkenen om de formele procespositie alsmede het hoorrecht van de minderjarige in het Nederlandse civiele procesrecht uit te breiden en zo ja, op welke wijze en wat zouden de pedagogische en juridische voor- en nadelen daarvan zijn? Wat zouden daarvan de organisatorische en financiƫle consequenties zijn voor de rechtspraak?

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Positie minderjarige civielrecht
Organisatie(s):
WODC, UL - Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Projectnummer:
2971
Operationele status:
Lopend