Beperking privacyrisico’s toepassing gezichtsherkenningstechnologie

Beperking privacyrisico’s toepassing gezichtsherkenningstechnologie

tussen burgers onderling

Samenvatting

Gezichtsherkenningstechnologie maakt een snelle opmars. In toenemende mate maken niet alleen overheden, maar ook bedrijven en burgers gebruik van, onder meer via apps en sociale media diensten. Burgers kunnen elkaar onderling identificeren met gezichtsherkenningstechniek voor persoonlijke doeleinden, maar dit kan alsnog een grote impact hebben op de privacy van degenen die met behulp van gezichtsherkenning worden geïden­tificeerd. Er kleeft dus ook een nadeel aan: de potentiële inbreuk op de privacy van burgers.
Om de privacy van de burger te kunnen beschermen dient een onderzoek te worden gedaan naar hoe het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie door burgers en bedrijven een inbreuk kan vormen op de privacy van de burger. Vervolgens dient te worden bepaald hoe die potentiële privacy-inbreuk kan worden voorkomen of beperkt. De directe aanleiding van dit onderzoek vormt de initiatiefnota ‘Onderlinge Privacy’ die het Tweede Kamerlid Koopmans op 5 april 2018 indiende (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2017-2018, 34926, nr. 2). Koopmans heeft de leden van de Tweede Kamer gevraagd in te stemmen met het verzoek aan de Minister voor Rechtsbescherming, om (onder andere) onderzoek (te laten doen) naar het ‘reguleren van het privégebruik van gezichtsherkenningstechnologie’. Na overleg binnen de Tweede Kamercommissie voor JenV over (onder andere) de reikwijdte van het beoogde onderzoek, is de minister op 25 juni gevraagd dit onderzoek te laten uitvoeren (Tweede Kamerstukken 2017-2018, 34926, nr. 4 en nr. 7 (p. 24)). De minister heeft dit onderzoek op 25 juni toegezegd, mede ingegeven door zijn eerdere toezegging aan de Tweede Kamer om een visiedocument over de bescherming van de horizontale privacy toe te zenden (Handelingen Tweede Kamer, Vergaderjaar 2017-2018, nr. 29, item 3, p. 29).
Dit onderzoek is verkennend van aard en bestaat in feite uit twee delen. Deel 1 betreft een verkenning van de wijze waarop het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie door burgers en bedrijven een inbreuk kan vormen op de privacy van de burger. Deel 2 betreft een verkenning van de wijze waarop die potentiële privacy-inbreuk kan worden voorkomen of beperkt, en, bijgevolg, het gebruik van gezichtsherkenningstechnologie door burgers en bedrijven kan worden gereguleerd.

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Beperking privacyrisico’s toepassing gezichtsherkenningstechnologie; tussen burgers onderling
Organisatie(s):
WODC, UT
Projectnummer:
2992
Operationele status:
Lopend