Evaluatie artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie

Strafrecht en strafproces / Ontvankelijkheid

Evaluatie artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie

Samenvatting

Artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, ingevoerd in 2012, is erop gericht de Hoge Raad in staat te stellen zich als cassatierechter te concentreren op zijn kerntaken. Het artikel regelt dat de Hoge Raad een cassatieberoep niet-ontvankelijk kan verklaren als de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, de partij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft, of de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (selectie aan de poort). Dit geldt voor alle drie de sectoren van de Hoge Raad (Straf, Civiel en Belasting). Artikel 80a Wet RO is ingevoerd als onderdeel van de Wet versterking cassatierechtspraak. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer is toegezegd de wet te evalueren (Eerste Kamerstukken, Vergaderjaar 2011-2012, 32576, E).
Dit onderzoek moet een breder beeld opleveren van de toepassing van artikel 80a in alle sectoren, ook vanuit het gezichtspunt van de advocatuur en andere betrokkenen. Het onderdeel cassatie-advocatuur van die wet is al geëvalueerd door de NOvA zelf (Rapport evaluatie civiele cassatie, Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), 2016). Ook de wet prejudiciële vragen civiel recht bij de Hoge Raad die destijds gelijktijdig plenair is behandeld, is geëvalueerd (I. Giesen en F.G.H. Kristen e.a., De Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: een tussentijdse evaluatie in het licht van de mogelijke invoering in het strafrecht, 2016, project nummer 2631). Met medewerking van de Hoge Raad heeft inmiddels een beperkt onderzoek in strafzaken plaatsgevonden naar de toepassing van artikel 80a Wet RO (D. Bektesevic, Kijken in de keuken van de Hoge Raad; de toepassing van artikel 80a RO in strafzaken, In: NJB 2018/301, afl. 6).

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Evaluatie artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Organisatie(s):
WODC, Kuunders
Projectnummer:
3017
Operationele status:
Lopend