Kenmerken van personen die verstek laten gaan in de rechtspraak

Strafrecht en strafproces / Herziening rechterlijke organisatie

Kenmerken van personen die verstek laten gaan in de rechtspraak

Samenvatting

Jaarlijks laten honderdduizenden Nederlanders tegen wie een civiele rechtszaak is aangespannen, verstek gaan. Bij gebrek aan verweer wint de aanbrenger dan de zaak, en moet de partij die verstek laat gaan niet alleen voldoen aan het geëiste, maar ook de proces- en incassokosten van de wederpartij vergoeden. Het recht van hoor en wederhoor is in de rechtsstaat een groot goed. Waarom zien zoveel mensen er van af van dit recht gebruik te maken? Meer kennis over verstekgangers is nodig om ze beter te kunnen bereiken.
De oorspronkelijke aanleiding voor het onderzoek is de herziening van de gerechtelijke kaart (HGK) waarin ca. 24 van de 56 kantonlocaties (gefaseerd) zijn opgeheven. De Wet HGK beoogt de randvoorwaarden te creëren om de kwaliteit van de rechtspraak ook voor de toekomst te waarborgen. De Wet trad op 1 januari 2013 in werking en is in 2017 door de Commissie Kummeling geëvalueerd. Tijdens de evaluatie heeft het WODC daarom op verzoek van de Commissie in 2017 een verkennend onderzoek verricht naar de relatie tussen reisafstand en het gebruik van rechtspraak in de arrondissementen Limburg en Noord-Holland (R. Eshuis, De rechter op afstand: een verkennend onderzoek naar de relatie tussen reisafstand en het gebruik van rechtspraak, WODC, 2017). De uitkomsten waren niet éénduidig. De commissie Kummeling adviseerde na de evaluatie van de Wet nader onderzoek te verrichten naar een mogelijke relatie tussen het opheffen van rechtspraaklocaties en de verstekpercentages in kantonzaken. Een vervolgonderzoek dat is verricht in een derde arrondissement, Noord-Nederland, vond eveneens geen overtuigend bewijs voor de hypothese dat gedaagden bij langere reistijden meer geneigd zijn verstek te laten gaan (R. Eshuis, Reistijd en gebruik van Rechtspraak in Noord-Nederland, 2018). De conclusie op basis van beide onderzoeken was dat er geen verband was tussen het opheffen van kantons en verstekpercentages.
Dit onderzoek dient inzicht te geven in de sociaal-economische kenmerken van verstekgangers, teneinde verstekgangers beter te kunnen bereiken in het kader van een goede toegankelijkheid van het recht. Het onderzoek vloeit voort uit een toezegging van de Minister van Rechtsbescherming d.d. april 2018 en een nader verzoek van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid aan de Minister d.d. 16 juli 2018 (brief van de minister van Rechtsbescherming d.d. 16 april 2018, Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2017-2018, 29279 en 32891, nr. 424, blz. 5; brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid aan de Minister voor Rechtsbescherming, d.d. 16 juli 2018) en de toezegging van de Minister aan de Eerste Kamer tijdens het debat over de Staat van de rechtsstaat van 19 februari 2019. Na een expertmeeting in april 2019, op initiatief van het WODC, en het verschijnen van een rapport van Van Tulder van de Raad voor de Rechtspraak in oktober 2019, is tot onderhavige invulling van het onderzoek besloten (F. van Tulder en B. Diephuis, Sluiting kantonlocaties en de gang naar de rechter, 2019).

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Kenmerken van personen die verstek laten gaan in de rechtspraak
Projectnummer:
3058
Operationele status:
Startfase