Onderlinge privacy bescherming in het buitenland

Onderlinge privacy bescherming in het buitenland

Samenvatting

Technologische ontwikkelingen brengen nieuwe privacyrisico’s met zich mee. De Minister voor Rechtsbescherming heeft de Tweede Kamer toegezegd een kabinetsvisie te formuleren op de bescherming van de privacy van burgers onderling (horizontale privacy) (Handelingen Tweede Kamer, 30 november 2017, 29-3-29). In een brief van 7 juni jl. is toegezegd het onderzoek naar de onderlinge privacybescherming in het buitenland daadwerkelijk uit te voeren (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2018-2019, 34926, nr. 8, p. 18).
Dit onderzoek moet inzicht bieden in de verschillen die er bestaan tussen de wetten van nader te bepalen EU-lidstaten ter uitvoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Welke verschillen zijn er tussen de privacy-wetten van deze lidstaten anders dan ter uitvoering van de AVG? Zijn er verschillen met de Nederlandse situatie waaraan Nederland mogelijk een voorbeeld zou kunnen nemen en in hoeverre zijn de desbetreffende regelingen inpasbaar in de Nederlandse context? Voor zover het verschil betrekking heeft op wat in Duitsland het grondrecht van Informationelle Selbstbestimmung heet, wat zou eventuele introductie daarvan in de Nederlandse rechtsorde voor gevolgen hebben?

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Onderlinge privacy bescherming in het buitenland
Projectnummer:
3062
Operationele status:
Lopend