Onderzoek strafvordering en strafoplegging voor seksueel misbruik minderjarigen

Onderzoek strafvordering en strafoplegging voor seksueel misbruik minderjarigen

Samenvatting

Seksueel misbruik van minderjarigen wordt in de strafvorderingsrichtlijn van het Openbaar Ministerie (OM) gezien als een van de zwaardere delicten, vanwege de ernstige inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Naast de impact op het slachtoffer zelf leidt seksueel misbruik van minderjarigen vaak tot grote verontwaardiging en onrust in de maatschappij. Lastig bij ontucht met minderjarigen is dat qua ernst zeer uiteenlopende ontuchtige handelingen onder hetzelfde artikel vallen en dat dezelfde handeling onder zeer verschillende wetsartikelen ten laste kan worden gelegd. Dit leidt ertoe dat wettelijke strafmaxima niet altijd duidelijkheid geven over de ernstgradatie van de ontuchtige handelingen. In de strafvorderingsrichtlijn wordt door het OM dan ook de ontuchtige handeling zelf centraal gesteld. Per categorie ontuchtige handelingen wordt vervolgens de strafbandbreedte aangegeven. De rechter is in beginsel vrij om te bepalen binnen de door de wetgever aangegeven grenzen.
Op verzoek van de Tweede Kamer d.m.v. twee moties van de leden Laan-Geselschap (VVD) en Van Toorenburg (CDA) d.d. 13 maart 2019 en van het lid Kuik (CDA) op 4 juli 2019 (Tweede Kamerstukken, Vergaderjaar 2018-2019, resp. 31015, nr. 169 en 28638, nr. 166) worden in dit onderzoek de rechterlijke vonnissen en de strafmotivering aan een kwalitatief onderzoek onderworpen. Zo wordt nagegaan in hoeverre vonnissen afwijken van de betreffende richtlijn van het OM en welke factoren een rol spelen bij de afwijking. Hoe verhouden de opgelegde straffen zich tot andere Europese landen en hoe komen de straffen in die landen tot stand?

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Onderzoek strafvordering en strafoplegging voor seksueel misbruik minderjarigen
Organisatie(s):
WODC, VU - Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Projectnummer:
3130
Operationele status:
Lopend