De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden

De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden

Eindevaluatie

Samenvatting

De Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden biedt over het algemeen een goede balans tussen een voldoende toedeling van bijzondere opsporingsbevoegdheden, een adequate regeling daarvan en controle daarop. Al langer bestaande bevoegdheden zijn nu preciezer en wettelijk geregeld. Dat biedt meer houvast bij de toepassing in de praktijk. De nieuwe bevoegdheid ‘opnemen van vertrouwelijke communicatie’ blijkt belangrijke bijdragen aan de opsporing te kunnen leveren. Dat blijkt uit de evaluatie van de Wet BOB die op 14 december 2004 naar de Tweede Kamer is gezonden. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van het WODC en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen (Universiteit Utrecht).

Inhoudsopgave

Voorwoord
Samenvatting

  1. Inleiding
  2. Bijzondere opsporingsbevoegdheden vanuit het opsporingsperspectief
  3. Transparantie
  4. Controle
  5. Internationale samenwerking
  6. Conclusies  

Summary
Literatuur
Bijlage
Literatuurlijst
Lijst WODC-rapporten

Publicatiegegevens

Auteur(s):
Beijer, A., Bokhorst, R.J., Boone, M., Brants, C.H., Lindeman, J.M.W.
Organisatie(s):
WODC
Plaats uitgave:
Den Haag
Uitgever:
Boom
Jaar van uitgave:
2004
ISBN:
9054545097
Reeks:
Onderzoek en beleid 222
Type rapport:
Eindrapport
Signatuur:
Ra 13.094

Bestelinformatie

Adres:
Boom Lemma
Telefoon:
+31 (0)70-3307033
Fax:
+31 (0)70-3307030
E-mailadres:
info@boomlemma.nl
Website:
www.boomlemma.nl

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Evaluatie Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden (fase 2)
Onderzoeker(s):
Bokhorst, R.J.
Projectnummer:
99.041A
Operationele status:
Afgerond