Rechter in de marge?

Staats- en bestuursrecht / Geschillenbeslechting

Rechter in de marge?

Samenvatting

Buitengerechtelijke sanctietoepassing heeft in de afgelopen decennia een grote vlucht genomen. Zozeer dat inmiddels kan worden gesproken van naast elkaar bestaande sanctiestelsels. Veel delicten worden tegenwoordig in bestuursrechtelijke procedures afgehandeld, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen herstelsancties en punitieve sancties.
Als het gaat om ernstige misdrijven speelt de klassieke strafrechtspleging nog altijd een dominante rol. Maar in een toenemend aantal situaties waarin sprake is van een overtreding of een minder ernstig delict kunnen het Openbaar Ministerie (OM) of de politie een strafbeschikking opleggen. Een soortgelijke terugdringing van rechterlijke bemoeienis zien we in het civiele recht, waarin op allerlei manieren wordt getracht burgers te stimuleren om problemen zelf op te lossen via mediation of via speciale organen die belast zijn met de afhandeling van geschillen.
De afkalvende positie van rechters in de maatschappij baart velen zorgen, zo komt naar voren in dit themanummer, getiteld Rechter in de marge? Als het gaat om de rechtsbescherming, de waarheidsvinding en de beoordeling van de kwaliteit van bewijsmiddelen is het de vraag of die voldoende aandacht krijgen in allerlei vormen van buitengerechtelijke afdoening.
Burgers en rechtspersonen kunnen hun zaak uiteindelijk wel bij een rechter aanhangig maken, maar vaak pas in tweede of zelfs derde instantie. Van de in eerste instantie veroordeelde burger of rechtspersoon wordt aldus een actieve proceshouding geëist. Gelijktijdig met de terugdringing van de rechterlijke rol heeft echter een forse bezuiniging plaatsgevonden op de gesubsidieerde rechtshulp, waardoor veel burgers daarvoor niet meer in aanmerking komen en bijstand door een advocaat (grotendeels) zelf moeten betalen. Een verlengde procedure (verzet, hoger beroep, bezwaar, beroep) zal voor sommigen simpelweg niet op te brengen zijn.
De Afdeling advisering van de Raad van State (AARvS) stelde drie jaar geleden in een advies nog een ander kwestie aan de orde, namelijk de vrij willekeurige manier waarop wordt bepaald welke delicten onder welk sanctiestelsel vallen. Bij de keuze van een sanctiestelsel wordt volgens de AARvS te weinig rekening gehouden met de rechtsbescherming van de burger, terwijl efficiency-overwegingen de overhand hebben. Een en ander komt in dit themanummer nader aan de orde in een analyse van de recente kabinetsreactie op genoemd advies.

Inhoudsopgave

Inleiding 5

  1. Frank van Tulder en Saskia Sicking - ‘Buiten de rechter om?’ 9
  2. Debora Moolenaar - De ontwikkeling van het aantal door bestuursorganen behandelde overtredingen 28
  3. Arnt Mein en Benny van der Vorm - Het Nader rapport bestuurlijke boetestelsels: een stap terug in duidelijkheid? 37
  4. Marijke Malsch - De afnemende rol van de rechtspraak: is vervanging van de rechter mogelijk en wenselijk? 49
  5. Lucas Bolsius - De burgemeester straft nooit 64
  6. Maartje Schaap - Het zwaard van Damocles: burgemeesters wil is wet. Over het punitieve karakter van een bestuursrechtelijke herstelsanctie 67
  7. Gert Jan Slump en Jessica Asscher - Jongerenrechtbanken: oplossingsgerichte lekenrechtspraak voor en door leerlingen 77

Summaries 91
Congresagenda 94

Publicatiegegevens

Organisatie(s):
WODC
Plaats uitgave:
Den Haag
Uitgever:
Boom juridisch
Jaar van uitgave:
2018
Reeks:
Justitiële verkenningen 2018/04