Eigen rechtsingang voor minderjarigen

Eigen rechtsingang voor minderjarigen

Ervaringen met artikel 1:162a BW

Samenvatting

In december 1990 is de nieuwe wet houdende een nadere regeling van de omgang in verband met scheiding in werking getreden. De Tweede Kamer is een evaluatie toegezegd van de ervaringen met het nieuwe artikel 1:162a BW, waarmee minderjarigen een (informele) eigen rechtsingang hebben gekregen. Jongeren vanaf twaalf jaar kunnen nu zelf een rechter benaderen met het verzoek om een omgangsregeling - met een van de ouders of een ander familielid - vast te stellen, te wijzigen of te beƫindigen. Dit rapport is een evaluatie van de werking van dit nieuwe artikel. De nieuwe regeling lijkt vooralsnog niet tot een extra werkdruk voor de rechtbank te leiden. Het geringe gebruik is voor een groot deel te verklaren door de loyaliteitsproblemen die kinderen in deze situatie ten opzichte van hun ouders hebben.

Inhoudsopgave

Voorwoord
Samenvatting en conclusies

  1. Inleiding
  2. Het gebruik van artikel 1:162a BW
  3. Gevolgen voor de rechterlijke macht
  4. Beperkt gebruik van artikel 1:162a BW
  5. Slotwoord en aanbeveling
Summary

Publicatiegegevens

Auteur(s):
Doornhein, L.
Organisatie(s):
WODC
Plaats uitgave:
Den Haag
Uitgever:
WODC
Jaar van uitgave:
1992
Reeks:
K-reeks 25
Type rapport:
Eindrapport
Signatuur:
Ra 8537

Onderzoekgegevens

Werktitel:
Eigen rechtsingang voor minderjarigen
Projectnummer:
K25
Operationele status:
Alleen publicatie